Nieuws

Vaktherapie als taal zonder woorden: hoe belangrijk het werk van Suzanne is binnen de transculturele GGZ

21-10-2026


Soms zegt een beeld, beweging of muziekstuk meer dan duizend woorden. Binnen de vaktherapie wordt precies dat uitgangspunt gebruikt om dichter bij de cliënt te komen en een verbinding te maken met diens leefwereld. Niet praten staat centraal, maar doen, ervaren en maken, in de vorm van creatieve expressie en connectie.   

Binnen ETT werkt vaktherapeut Suzanne met beeldende therapie. Haar werkwijze laat zien hoe krachtig deze vorm van therapie kan zijn, die bovendien van groot belang is binnen een transculturele context. Taal, cultuur en levensgeschiedenis zijn namelijk niet altijd eenvoudig in woorden of (Westerse) begrippen te vatten.   

Wat is vaktherapie eigenlijk?   

Vaktherapie is een verzamelnaam voor verschillende ervaringsgerichte behandelvormen, zoals beeldende therapie, muziektherapie, dramatherapie, psychomotorische therapie, speltherapie en danstherapie. Hoe deze disciplines met elkaar overeenkomen, is dat cliënten niet alleen praten over hun problematiek, maar deze al doende onderzoeken terwijl zij creatief aan de slag gaan met een persoonlijk project.   

In beeldende therapie gebeurt dat met materialen zoals verf, klei of hout. Het werk dat iemand maakt, blijft bestaan. Het kan worden teruggekeken, aangepast of opnieuw betekenis krijgen. Juist dat maakt het een krachtige manier om innerlijke ervaringen zichtbaar en hanteerbaar te maken.   



Een plek voor verhalen die moeilijk te vertellen zijn   

In een transculturele context is vaktherapie vaak van grote waarde. Niet iedereen vindt het vanzelfsprekend om gevoelens of trauma’s in woorden te vangen, zeker wanneer iemand meerdere talen spreekt, of wanneer ervaringen cultureel anders worden beleefd of benoemd.   

Wanneer de cliënt eerder een barrière in expressie ervaarde tijdens spreektherapie, komt de kracht van Suzanne haar vak duidelijk naar voren. Door met beeld en materiaal te werken ontstaat er direct ruimte om iets te laten zien in plaats van het uit te leggen. Een cliënt kan bijvoorbeeld beginnen met een gevoel, een kleur of een vorm, zonder dat daar meteen taal voor nodig is.   

Wat iemand maakt, kan getransformeerd worden, overschilderd of opnieuw worden opgebouwd. Dat geeft iemand een hernieuwd gevoel van inzicht en regie over het eigen handelen. Het maakt ruimte voor een andere afloop, een nieuwe betekenis of het bouwt simpelweg iets wat er eindelijk mag zijn.   

Materialen die iets oproepen   

Naast de vorm die het kunstwerkje krijgt, hebben ook de materialen die gebruikt worden een specifiek doel. Materialen doen namelijk een appel op de emotie, en een appel op handelen. Het zet je in beweging, en wel op een bepaalde manier. Een hamer nodigt uit tot slaan, fluweel tot aaien. Klei kan iets zachts of juist iets zwaars oproepen; verf kan vrijheid geven of, afhankelijk van de kleur, emotie zichtbaar maken. Cliënten ontdekken stap voor stap hoe materialen iets kunnen oproepen in hun lichaam en hoe ze die emoties kunnen gebruiken om expressie te geven aan dat wat in hen leeft. Dat proces sluit vaak aan bij schematherapie, die Suzanne ook inzet tijdens haar behandelsessies. Terugkerende patronen in denken, voelen en doen worden dan stapsgewijs ervaren en zichtbaar gemaakt.  

Een beeld dat soms meer dan 1000 woorden zegt  

Wat vaktherapie bijzonder maakt, is dat je vanuit een volledig andere ingang kan aansluiten bij de cliënt. Soms is het niet mogelijk om enkel via taal onderliggende problematiek te begrijpen of te bewerken. Om de verbinding op te zoeken met de cliënt binnen een transculturele context kan de inzet van ervaringsgerichte werkwijzen in de therapieroute essentieel zijn. Je geeft de cliënt daarmee meer vrijheid om de therapeut te introduceren in diens leefwereld op een manier die aansluit. Dankzij vaktherapie ontstaat ruimte voor verhalen die anders misschien onzichtbaar zouden blijven.