Hoe help je jonge vluchtelingen zich staande te houden in een nieuwe omgeving, terwijl ze kortgeleden veel trauma hebben meegemaakt en nog midden in een ingrijpende overgangsfase zitten?
Met als doel veerkracht en steun te bieden, hebben Marlies Pentinga, Yvonne Meijer en Haifaa Al Wajeah een weerbaarheidstraining ontwikkeld voor jonge Eritrese meiden die asielzoeker zijn. De training is ontstaan via een samenwerking met de gemeente Ouderkerk aan de Amstel, de gemeente Amstelveen, GGD Amsterdam en het Centraal Orgaan Opvang Asielzoekers (COA) en werd tussen april en juni dit jaar gegeven. Eerder verzorgde het drietal van ETT ook weerbaarheidstrainingen voor Syrischsprekende en Arabischsprekende doelgroepen.
Naast het geven van psycho-educatie wordt het Transitie Behandel Model toegepast: een samenstelling van cultuursensitieve interventies om een veilige, transitionele ruimte te creëren. De groep meiden mocht tijdens de zevendaagse training in hun eigen taal spreken, omdat er assistentie was van een tolk. Bij binnenkomst werden de meiden verwelkomd in een ruimte met een mooi bedekte tafel vol Eritrese spullen, en op hun stoel vonden de deelnemers een welkomstgeschenk.
Werken aan een cultuursensitieve vertrouwensband
Vanwege de kwetsbare aard van de doelgroep worden duidelijke regels opgesteld om een veilige omgeving te waarborgen. Een veilige plek ontstaat echter niet alleen door regels op papier, maar door hoe een ruimte aanvoelt vanaf de allereerste seconde. Om relationele barrières te doorbreken, stelden de trainers zich vanaf de eerste bijeenkomst niet enkel op als experts, maar zetten zij ook gerichte self-disclosure in als interventiemethode, om zo via kwetsbaarheid dichter bij de deelnemers te komen. Een deelnemer bedankte na afloop van de training:
“We willen jullie bedanken voor de kwetsbaarheden die ook door de trainers zijn gedeeld. We vergeten soms dat andere mensen ook met dingen worstelen.”
Deze openheid, gecombineerd met ervaringsgerichte en fysieke werkvormen, zoals een touwoefening die de onderlinge verbinding visueel en voelbaar maakte, zorgde voor een snelle doorbraak. Meiden die voorheen weliswaar samenwoonden, maar grotendeels langs elkaar heen leefden, ontdekten dat ze er niet alleen voor staan:
“Met het touw hebben we gezien dat we één zijn. We zitten in dezelfde situatie en we kunnen veel meer verhalen delen. Laten we de verbinding met elkaar opzoeken.”
Flexibiliteit in locatie en inhoud
Daarnaast werd goed in de gaten gehouden dat flexibiliteit en laagdrempeligheid geborgen bleef tijdens de training. Alles mag er zijn en er wordt ruimte gemaakt voor wat er komt.
Die flexibiliteit werd ook praktisch gemaakt: toen bleek dat de meiden na hun schooldag moeite hadden met reistijd, werd de trainingslocatie voor de laatste sessies in juni verplaatst. Dit maakte het voor de meiden aanzienlijk makkelijker om direct uit school aan te sluiten.
Inhoudelijk leren de meiden over de verschillende faseovergangen die zij hebben meegemaakt, zodat de verbinding met zichzelf en de groep wordt gestimuleerd. Via tools zoals de ‘Cirkel van Invloed’ krijgen ze handvatten om de verlammende stress rondom asielprocedures en vergunningen om te zetten in eigen regie:
“Ik wist niet dat je initiatief moest of kon nemen. Ik heb geleerd dat ik me vooral moet richten op andere dingen, op mijn toekomst.”
Van trauma naar vernieuwde hoop
De samenwerkende partijen hebben met deze op-maat-gemaakte training de groep meiden ondersteund na hun moeilijke ervaringen in hun land van herkomst, dat veelal getekend is door trauma op verschillende lagen. De training bewijst dat wanneer je een veilige, cultuursensitieve ruimte biedt, trauma plaatsmaakt voor veerkracht en onderling vertrouwen. Zoals een van de meiden het krachtig samenvatte:
“Eigenlijk moeten we van ons verleden leren en niet vastzitten aan onze trauma’s. We moeten ons richten op het feit dat we het hebben gehaald en nog in leven zijn… We gaan vallen, maar we gaan ook weer opstaan.”